Verpleegkundige opl.

Verpleegkundige functieprofielen

Naar nieuwe functieprofielen voor mbo- en hbo-verpleegkundigen in de umc’s

Het verhaal
In Nederland werken ruim 178.000 verpleegkundigen, waarvan bijna 18.000 werkzaam zijn in de umc’s. Om te zorgen dat de patiëntenzorg in de umc’s nu en in de toekomst van goede kwaliteit is, is het nodig om verpleegkundigen op basis van hun competenties op de juiste plaats en op het juiste moment in te zetten. De huidige mbo- en hbo-opleidingen leiden verpleegkundigen bewust op met verschillende profielen, maar op de werkvloer en in de wet komt dit onderscheid niet terug. Hierdoor krijgen mbo-verpleegkundigen in de praktijk soms teveel verantwoordelijkheid, en hbo-verpleegkundigen mogelijk te weinig. Hier gaat nu verandering in komen door de twee beroepsprofielen te veranderen en wettelijk te verankeren.

De tijd dat de verpleegkundige zich vooral richtte op de aandoening van de patiënt ligt ver achter ons. Niet alleen hebben veel patiënten tegenwoordig een scala aan aandoeningen, die op elk moment kunnen opspelen, maar zijn ze vaak ook chronisch. Gezondheid betekent steeds vaker het dagelijks leven aanpassen aan de lichamelijke en geestelijke beperkingen. Hoewel dat niet voor iedere patiënt en/of verpleegkundige is weggelegd, praten patiënten steeds vaker zelf mee over de zorg die ze wensen.

De ene verpleegkundige is nieuwsgieriger, creatiever, technischer of meer flexibel dan de ander en vindt de veranderingen in de zorg leuk. Echter zijn de ontwikkelingen in de samenleving en de zorg niet te stoppen. De eisen die aan de verpleegkundige worden gesteld veranderen mee. Om iedere verpleegkundige volledig tot zijn recht te laten komen werkt het Ministerie van VWS aan een herziening van de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG) met daarin twee soorten profielen; een mbo- en een hbo-profiel. Dit betekent concreet dat er in de toekomst twee registers zullen bestaan nl; een MBO register en een HBO register. Het gaat in de wetswijziging overigens alleen om verpleegkundigen en verzorgenden, niet om de masteropgeleide verpleegkundig specialist.

Uitgangspunt van de herziening is de nieuwe kijk op gezondheid. Niet de ziekte of aandoening staat centraal, maar het functioneren, de veerkracht en de eigen regie van de patiënt. Er worden verschillende vormen van zorg onderscheiden: voorzorg (preventie), gemeenschapszorg (bijvoorbeeld wijkteams), laagcomplexe tot complexe zorg en hoogcomplexe zorg. Umc's bieden vooral de laatste twee vormen van zorg. Met name de hoogcomplexe zorg, die steeds complexer wordt, stelt hoge eisen aan verpleegkundigen.

Door de herziening wordt het beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige verzwaard. De hbo-verpleegkundige wordt geacht scherper te analyseren en is in staat zowel kennis als kunde tegelijk op de werkvloer in te zetten. Dit is vooral belangrijk in complexe en onvoorspelbare zorgsituaties die vragen om niet-geprotocolleerde zorg. De hbo-verpleegkundige is bij uitstek de regisseur van het hele zorgproces.De mbo-verpleegkundige behoudt de huidige bevoegdheden, waaronder het zelfstandig uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen, en werkt vooral in situaties met een planbare en voorspelbare zorgvraag. In lijn met deze beroepsprofielen verleent de verzorgende vooral persoonlijke zorg en begeleiding in de leefsituatie van de zorgvrager.

Vanaf september 2016 hebben de hbo- en mbo-opleidingen hun opleidingen afgestemd op de vernieuwde verpleegkundige beroepsprofielen. Met andere woorden de verpleegkundigen worden opgeleid volgens de nieuwe profielen. Voor de praktijk betekent dit dat er nieuwe rolmodellen dienen te komen en stages anders worden ingericht. Vanaf 2020 maken verpleegkundigen nieuwe stijl hun entree op de arbeidsmarkt in de gezondheidszorg. Dit betekent niet dat de umc’s tot 2020 achterover kunnen leunen. Er moet immers ook goed nagedacht worden over hoe de verpleegkundigen die nu werkzaam zijn, worden ingepast in de nieuwe profielen. Veel van de huidige groep verpleegkundigen hebben de hbo- of in-service opleiding gedaan, aangevuld met een IC-, SEH- of dialyse-vervolgopleiding of een andere verpleegkundige vervolgopleiding. Een kleiner deel heeft een mbo-achtergrond. Welke registratie, bevoegdheden en doorstroommogelijkheden er zijn, is vooral belangrijk voor de in-service- en/of mbo-opgeleide verpleegkundigen. Zij hebben door werkervaring en/of aanvullende opleidingen de competenties van een hbo-opgeleide verpleegkundige verkregen. Om te zorgen dat de huidige verpleegkundigen die al in dienst zijn binnen de UMC´s voldoende rechtszekerheid hebben, wordt een omscholingsregeling ontwikkeld.

De acties in NFU verband
Hoewel de nieuwe beroepsprofielen nog niet formeel zijn vastgesteld door het ministerie van VWS gaan de UMC´s de beroepsprofielen vertalen naar gedifferentieerde beroepsprofielen. Binnen NFU verband is een werkgroep en stuurgroep geformeerd die bezig zijn  om de betekenis van de vernieuwde verpleegkundige beroepsprofielen voor de UMC zorg duidelijk te krijgen. De stuurgroep en werkgroep bestaat uit een afvaardiging van elke UMC. De volgende acties zijn reeds in gang gezet:

  • Het in kaart brengen van de opleidingen van de huidige groep verpleegkundigen in de umc’s; Het in kaart brengen van de specifieke UMC verpleegkundige zorgvraag en de daarbij behorende verpleegkundige competenties alsmede de beoogde functiemix (verhouding MBO- HBO competenties) ontwikkelen van de visie op de rol van verpleegkundigen in de patiëntenzorg in de umc’s en de beoogde functiemix mbo-hbo;
  • Het inrichten van proeftuinen (ook wel pilots of proefomgevingen genoemd) om te experimenteren met de nieuwe functieprofielen in de praktijk.
  • Bij de nieuwe functieprofielen hoort nieuw beleid met betrekking tot bijvoorbeeld werving, selectie, opleiding, ontwikkeling, functioneren en beoordelen.
  • Er wordt gewerkt aan zowel het wetgevings- en voorbehouden handelingentraject als de opleidingsprofielen.
  • Er wordt gewerkt aan de overgangsregeling voor de huidige verpleegkundigen en verzorgenden wat betreft de registratie van de beroepstitel, bevoegdheden van een deel van de zittende beroepsbeoefenaren en de doorstroommogelijkheden.

Wat merk ik hiervan binnen het MUMC+?
Op korte termijn zal er binnen het MUMC+ een inventarisatie van het opleidingsniveau onder alle verpleegkundigen worden uitgevoerd. Het initiële opleidingsniveau (dit is het opleidingsniveau op basis waarvan je bent geregistreerd in het BIG register) is vastgelegd in het personeelsbestand. Bij de vervolgopleidingen die men gevolgd heeft is dit niet altijd het geval. Het is nog niet duidelijk op welke wijze deze inventarisatie uitgevoerd zal worden. Mogelijk wordt er een beroep gedaan op de verpleegkundige zelf, deze weet immers als geen ander welke opleidingen hij/zij genoten heeft.

Wat betreft het in kaart brengen van de UMC specifieke verpleegkundige zorgvraag heeft eind oktober een bijeenkomst in NFU verband plaatsgevonden om hierover te brainstormen. Vanuit elk UMC, dus ook vanuit het MUMC+ zijn verpleegkundigen benaderd om hieraan deel te nemen. Vanuit het MUMC+ bestond deze afvaardiging uit VAR leden, stafgroep Verpleging en afgevaardigde VHO. De input van deze bijeenkomst zal gebruikt worden om de specifieke UMC zorgvraag duidelijk te krijgen.

Indien de specifieke UMC zorgvraag en de daarbijhorende benodigde verpleegkundige competenties in kaart zijn gebracht zal binnen elk UMC, dus ook binnen het MUMC+, een proeftuin worden ingericht om met de nieuwe functieprofielen te experimenteren in de praktijk.

Binnen het MUMC+ is tevens een stuurgroep en werkgroep geformeerd om dit proces in goede banen te leiden.

Indien u meer wilt weten van de ontwikkelingen binnen de vernieuwde beroepsprofielen of er vragen en/of onduidelijkheden zijn betreffende de betekenis van deze profielen voor de verpleegkundigen kunt u contact opnemem met Renaldo Secchi, coördinator Stafgroep Verpleging, via renaldo.secchi@mumc.nl /  T 043-387 23 78.