Boudewijn Olthoff wilde ooit leraar worden. Dat hij nu verpleegkundige is, betekent niet dat dat idee helemaal verdwenen is. Zijn enthousiasme voor leren is er nog steeds. Alleen staat hij nu niet voor de klas, maar op de verpleegafdeling. “Als ik een rol kan spelen in het zo prettig mogelijk laten verlopen van een stage, dat iemand echt iets opsteekt en leert, dan ben ik daar hartstikke blij mee.” Naast hem zit Ashley Wiggins. Voor haar begint goede begeleiding bij veiligheid. “Ik gun anderen een thuisgevoel op de verpleegafdeling. Een plek waar studenten, ongeacht hun voorgeschiedenis of problemen, kunnen bereiken wat ze graag willen bereiken. En dat dit ook gezien wordt door anderen.”
Ashley en Boudewijn zijn allebei werkbegeleider in het MUMC+. Hun werk als verpleegkundige combineren ze met het begeleiden van studenten in de praktijk. Studenten lopen en kijken met hen mee, stellen vragen, krijgen uitleg en worden geholpen om stap voor stap hun plek te vinden op de afdeling. Voor studenten zijn ze vaak een vertrouwd aanspreekpunt. Iemand bij wie je makkelijk even kunt aankloppen. Over een handeling die nog spannend is, een situatie die is blijven hangen of iets wat in het leerproces niet lekker loopt. Ashley en Boudewijn worden daarom weleens de oren en ogen van de praktijkopleider genoemd. Als er iets speelt, schakelen ze snel met de praktijkopleider, mentor of manager.
"Je moet kunnen zien hoe het is om een jonge student te zijn."
Wat heb je nodig om werkbegeleider te zijn? Aanpassingsvermogen, inlevingsvermogen en een flinke portie geduld, zeggen ze. Maar vooral: je moet je betrokken voelen. “Je moet kunnen zien hoe het is om een jonge student te zijn.” Dat kunnen Ashley en Boudewijn goed. Ze zijn zelf nog niet zo lang geleden afgestudeerd en weten hoe groot de stap naar de praktijk kan zijn. Een verpleegafdeling is een plek waar veel tegelijk gebeurt. Er zijn patiënten, collega’s, familieleden, onverwachte situaties en leerdoelen. En ergens daartussen staat een student die het vak wil leren. Juist daarom proberen ze niet alleen naar de student te kijken, maar ook naar de persoon daarachter. In welke fase van de opleiding zit iemand? Wat speelt er misschien in het persoonlijke leven? Waar zit onzekerheid, en waar juist groei? Ook richting collega’s nemen ze daarin een rol. Soms helpt het om uit te leggen waarom een student op een bepaalde manier reageert of leert. Begrip creëren hoort voor hen ook bij begeleiden.
Tegelijkertijd bewaken ze goed de grenzen van een student. Als iemand bijvoorbeeld een heftige acute situatie meemaakt, betrekken ze anderen erbij. De mentor van school, de praktijkopleider of iemand anders die kan helpen om een vangnet te vormen. Zo kan een moeilijke ervaring achteraf in perspectief worden geplaatst. Niet om er zomaar overheen te stappen, maar om ervan te leren. Hun advies aan studenten is helder: de zorg is hartstikke complex. Je hoeft niet alles in één keer te kunnen.
Die begeleiding vraagt ook iets van Ashley en Boudewijn zelf. Ze hebben, zoals ze het zelf omschrijven, een soort onzichtbaar lijntje met de studenten. Ook als ze bezig zijn met patiëntenzorg, zijn ze voortdurend beschikbaar of in de weer met studenten. Dat maakt de rol waardevol, maar soms ook intensief. De patiëntenzorg gaat altijd door. Daardoor is het soms puzzelen hoe ze hun werk als verpleegkundige en hun rol als werkbegeleider goed kunnen combineren. Die afwisseling spreekt hen aan. “Maar soms denk je ook wel eens: poeh!”
Wat maakt het dan toch zo mooi? Ashley hoeft daar niet lang over na te denken. “Een verpleegkundige zien met vertrouwen. Iemand die durft op te komen voor de eigen kennis en zorg voor de patiënt.” Boudewijn herkent dat. Het groeiproces van dichtbij meemaken vindt hij bijzonder. “In het begin zijn studenten soms nerveus. Langzaamaan groeien ze naar een professional die taken goed kan uitvoeren en lekker in het team past. Voor iedereen is het fijn als iemand goed terechtkomt.”
De rol van praktijkopleider spreekt hen allebei aan. Misschien later. Voor nu staan ze nog te graag op de vloer. Even sparren met een student, kijken waar iemand staat en wat ze kunnen meegeven. Het begeleiden van de huidige generatie studenten verpleegkunde geeft hen veel voldoening. Al voelt dat soms ook een beetje gek, zegt Boudewijn lachend. Sommige studenten zijn pas 16 jaar oud, hij is zelf pas 23. “Dan voel ik me toch een beetje oud.”