‘Dit is niet iets wat je loslaat’, zegt Ger als we hem vragen wat hij naast zijn werk als coördinator reanimatieonderwijs bij het Simulatiecentrum doet. In zijn vrije tijd geeft hij als vrijwilliger reanimatiecursussen bij de buurtvereniging. Met zijn eigen bedrijf leidt hij reanimatie-instructeurs en hulpverleners op. Hij is bijna 67 jaar, gaat na de zomer met pensioen, maar stoppen? Nee. ‘Ik voel me nog fit. Waarom zou ik stoppen?’
Als er een reanimatie in het ziekenhuis is, gaat Gers pieper. Hij loopt dan iedere keer mee als hij geen onderwijs geeft. ‘Dan zie ik het hele team in actie. Waaronder ook studenten, net afgestudeerd, soms pas 17 jaar. Net zo oud als ik was toen ik zelf begon in de verpleging. Wat voor impact zou dat op ze hebben? Sommigen hebben een warm thuis waar ze erover kunnen praten. Maar anderen? Die gaan terug naar hun kamer – alleen. Na een reanimatie is er een nabespreking: wat ging er goed, hoe voel jij je, wat kan er beter? Als de IC arts, die de leiding heeft, geen tijd heeft, doe ik dat. Ik ben in de coronatijd ook betrokken geweest bij de nazorg. Dat zijn gesprekken met collega’s die iets heftigs hebben meegemaakt, om te voorkomen dat ze blijven rondlopen met iets waar ze later last van krijgen.’
Ger vertelt verder over zijn werk: ‘Laatst was er een reanimatie op het parkeerdek. Dat zijn wel de momenten waarop ik aan ga – en ja, die spanning ga ik na mijn pensioen missen. Teamwerk is essentieel, maar ook de beveiliging moet reageren en mijn collega’s moeten weten dat een gewone brancard daar niet door de deur past.’ Extra mooi dus als het dan goed gaat. En dat is steeds vaker zo. Samen met de Reanimatiecommissie regelde Ger meer dan 90 AED’s in het ziekenhuis. Daardoor worden mensen nu vaker door medewerkers gereanimeerd en gedefibrilleerd, nog voordat een arts ter plaatse is. Dat redt levens en is voor Ger een antwoord op de vraag: wat waren jouw belangrijke momenten in het MUMC+?
Een andere mijlpaal: het team waar Ger onderdeel van uitmaakt heeft een complete leerlijn reanimatie bij het Simulatiecentrum opgezet. Ziekenhuismedewerkers kunnen er nu terecht voor hun jaarlijkse bijscholing op verschillende niveaus: van basis tot gevorderd. En ook voor de reanimatie van kinderen en baby’s. ‘Alle opleidingen zijn geaccrediteerd’, zegt Ger trots. In 2005 werd de eerste cursus erkend. Inmiddels zijn het er zes. ‘Ons UMC is het enige instituut in de regio dat geaccrediteerd reanimatieonderwijs op zo veel verschillende niveaus aanbiedt, dus er komen ook vaker medewerkers uit andere ziekenhuizen bij ons trainen.’
Als hij straks met pensioen is, wat gaat hij dan doen? Een deel van dit alles blijft, want Ger zal na zijn pensioen nog wel reageren op burgeroproepen voor reanimaties en hij blijft ook instructeurs en hulpverleners opleiden. Thuis ligt de telefoon altijd naast zijn bed. ‘Dan zeggen mensen: leg dat ding nou eens weg. Maar ik wil hem bij me hebben. Wat als er iets gebeurt? Het werk in het ziekenhuis maakt je toch een ander mens.’ Lachend: ‘Zolang ze me nog niet hoeven te helpen om naast de reanimatiepop te knielen, blijf ik doorgaan. Dit laat je niet los’.